Stamboom: Koppejan, Coppejan, Koppenjan - Willeboordse - Coppejans - Castel - Goedbloed
Genealogie,Stamboom, kwartierstaat, voorouders, nakomelingen en andere genealogie benamingen.
Voorna(a)m(en):  Familienaam: 
[Geavanceerd zoeken]  [Familienamen]

WOUTERS (COENEN) Geertje

Vrouwelijk - 1564

Persoonlijke informatie    |    Aantekeningen    |    Alles    |    PDF

  • Naam WOUTERS (COENEN) Geertje 
    Geslacht Vrouwelijk 
    Overlijden 1564 
    Persoon-ID I23757  Koppejan, Willeboordse
    Laatst gewijzigd op 30 nov 2014 

    Vader WOUTERS (COENEN) Coen Wouter Martensz   ovl. Ja, datum echter onbekend 
    Moeder Grietje (Mergriet of Grietgen)   ovl. Ja, datum echter onbekend 
    Gezins-ID F6918  Gezinsblad  |  Familiekaart

    Gezin VAN DER ZIJP Wouter Warboutsz Warboutszoon   ovl. 1554, Rijnsburg, Zuid-Holland, Nederland Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie 
    Kinderen 
    +1. VAN DER ZIJP Warbout Woutersz,   geb. 1527, Rijnsburg, Zuid-Holland, Nederland Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatieovl. 23 apr 1608, Rijnsburg, Zuid-Holland, Nederland Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie (Leeftijd 81 jaar)
     2. VAN DER ZIJP Coen,   geb. 1540   ovl. 1623 (Leeftijd 83 jaar)
    Gezins-ID F6915  Gezinsblad  |  Familiekaart
    Laatst gewijzigd op 2 feb 2020 

  • Aantekeningen 
    • Geertje wordt genoemd op de kohieren van 1544 onroerend goed in Rijnsburg. Zij heeft omvangrijke percelen teel en weiland die ze huurt van de Abdij en kleine stukken van het Leids gasthuis en een particulier uit Noordwijk Binnen. Het eigen landbezit was 4 hond in 1553 en 5 hond in 1557. In 1557 bezat zij 1 huis, daarna twee huizen.


       



      TIende penning 1561 Rijnsburg



       



      053. Geerte, Wouter Warboutssens weduwe, hoir twe huijssen ende erffven, 14,


      Zij heette waarschijnlijk Geertje Coenen. Na de dood van haar man was ze:"Geerte, Wouters Warboutssens weduwe". Dat is verkort tot "Geerte Wouters".


      Geerte Wouters wordt genoemd op kohieren van de Tiende Penning op onroerend goed te Rijnsburg. Daaruit blijkt dat ze omvangrijke percelen teelt- en weiland huurde van de abdij en kleine stukken van een Leids gasthuis, en een particulier uit Noordwijk-Binnen. Het eigen landbezit was ca. 5 hond groot (1557). Voor het jaar 1557 bezat zij één huis, daarna twee.


      De vermeldingen zijn: 1553 Geerte Wouters bruijckt van tconvent van Rijnsburch 7,5 mergen landts voor 36 gulden. Van St.Lijsbets gasthuis 5,5 hont landts voor vijf gulden 10 stuivers.



      Bruickt nog van Jan Mager een hont landts voer vijfthien stuijvers.



      Bruijct noch de zelffde voir hoir eijgen 4 hont landts getauxeert oop 3 gulden.



      Noch huijs ende erve getauxeert op thien gulden.



      Bedraecht tzamen voiren 10e penninck vijff gulden, 3 stuivers en 2 penningen.



      In 1557 en 1561 komen ongeveer gelijke betalingen voor.



      In 1563 betaalde ze samen met Pieter Ghijsbertsz pacht aan de abdij voor 10 morgen land.



      In 1572 droeg Pieter Ghijsbertsz de pachtpenningen af samen met de erfgenamen van Wouter Warboutsz