Stamboom: Koppejan, Coppejan, Koppenjan - Willeboordse - Coppejans - Castel - Goedbloed
Genealogie,Stamboom, kwartierstaat, voorouders, nakomelingen en andere genealogie benamingen.
Voorna(a)m(en):  Familienaam: 
[Geavanceerd zoeken]  [Familienamen]

PLOUGH Laurens

Mannelijk 1545 - 1625  (80 jaar)

Persoonlijke informatie    |    Aantekeningen    |    Alles    |    PDF

  • Naam PLOUGH Laurens 
    Geboorte 1545  Antwerpen, 2000, Antwerpen, België Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie 
    Geslacht Mannelijk 
    Overlijden 26 mrt 1625  Sint Maartensdijk, Nederland Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie 
    Persoon-ID I10384  Koppejan, Willeboordse
    Laatst gewijzigd op 30 nov 2014 

    Gezin 1 VAN SANTFOORT Geertruydt Ghijsbrechtsd   ovl. 1595 
    Kinderen 
    +1. PLOUGH (PLOUCH) Geertruijt,   geb. Geertruidenberg Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatieovl. 10 mrt 1626, Sint Maartensdijk, Nederland Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie
    Gezins-ID F3205  Gezinsblad  |  Familiekaart
    Laatst gewijzigd op 2 feb 2020 

    Gezin 2 GRIJP Margarieta Rochusdr   ovl. Ja, datum echter onbekend 
    Huwelijk 1596  Delft, Zuid-Holland, Nederland Vindt alle personen met gebeurtenissen op deze locatie 
    Gezins-ID F3206  Gezinsblad  |  Familiekaart
    Laatst gewijzigd op 2 feb 2020 

  • Aantekeningen 
    • Plouch


      Familienaam met een of meer militairen die bij de forten Lillo en/of Liefkenshoek (en hun steunforten Blauwgaren, Frederik Hendrik en Kruisschans) betrokken waren, inclusief de militaire bemanningsleden van de wachtschepen in de vloot voor Lillo


      Gepubliceerd in : Repertorium van personen in en nabij de Scheldeforten Lillo en Liefkenshoek, 1585-1786 deel 2c



      Opgenomen in : Genealogische Afschriften 937



       



      jhr. Laurens Plouch, Baljuw van St. Maartensdijk. Watergeus, waarschijnlijk schildknaap en stalmeester van admiraal Lumey in 1572, sergeant-majoor in 1581, gouverneur te Geertruidenberg van 1581 tot 1588, overste in 1587, bevelhebber van een der forten in 1590, baljuw en drost te St. Maartensdijk tussen 1599 en 1615, gedeputeerde ter Staten-Generaal voor graaf Philips van Hohenlohe in 1600.


      Het wapen Ploegh is als manswapen aanwezig geweest in de kerk te Sint Maartensdijk. Het betreft 3 zwarte ploegen op een gouden veld; cimier: zilveren ooievaar met rode bek en poten. (Bron: Wapenborden en Wapens op Tombes, Monumenten en Grafgesteenten in de kerken van de voormalige Provincie Zeeland tot in 1798 aanwezig geweest, deel III, door P.J. Rethaan Macare)


      12-6-1572: Laurents Ploech ondertekent met Jan Claesz, van Sneek, Cappeteyn Cornelius van Luerdingen, Willem Mahuysen, Hans Camphoirts en Cappeteyn Wyllem Claesz een brief aan 'den Capiteynen oft bevelsluyden van onsen G.H. den Co. Van Spaengiën, nu teghenwordelick wesende bynen den bolwercke van Delftsiele'. In deze brief schrijven zij dat de hertog van Alva 'veel toegericht heeft in onsen landen, sonder consent, weten ende wille van onsen G.H. den Co. Van Spangiën' en dat hij bovendien niet in staat is hen te ontzetten. Zij verzoeken de kapiteinen in Delfzijl 'alsoe wy allen ingeborenen van onsen lande gelijckerhant behoren eendrachtich te wesene, om denselvighen onsen vyant gelijckerhant uyt onsen landen te verdryven, met allen synen aenhanck, opdat tselve mach geregeert worden by de rechten erven ende heeren van denzelven. Soe laeten wy uleeden weten, dat onse fruntelijcke bede aen ulueden is, oftet ulueden gelieven uwe schantsche met tghene daer tegenwordichlyck inne is op te geven, in onsen handen, tot onsen G.H. den Co. van Spangiën und des edelen Prince van Oraengiën behoeve'. Een kopie van deze brief van deze 'Capnes. Pirattes ancrez vice à vice du Delfzyl', maakt onderdeel uit van de 'Correspondence de Frise' van de landvoogd in Brussel [De Vrije Fries, 1859, p.406].


      7/8-1572: In de rekeningen van de tresorier van de geuzenadmiraal Lumey, opgetekend voor een tocht van Delft naar Amsterdam, komt een zekere Plouch voor. Op 29-7-1572 staat er 'déboursé à Plouch, establier de monsieur, 30-2 [florijnen en stuiuivers]'. Op 16-8-1572 'livré 44 daldres à 30 ptr. [= stuivers] ès mains de Plouch, l'escuier de monsieur, au village de Ouderkerck, lequel argent il ha payé pour un jeune cheval bigaré, 66 [fl]'. Op 20-8-1572 'donné à Plough, l'escuier d de monsieur, 25 daldres à 32 ptr. et 4 Philipus daldres au devandict faubourg, 47 [fl]'. Op 29-8-1572 'donné a Plough en la ville de Haerlem p(ar) nouveau comple 20 daldres à 32 ptr, 32 [fl]'. Waarschijnlijk is deze Plouch, de stalmeester van Lumey, dezelfde als Laurens Plouch [J. Smit (1925). De tocht van Lumey naar Amsterdam, in 1572. Bijdragen en Mededelingen van het Historisch Genootschap, p.90 e.v.].


      6-10-1581: Besluit van de Staten van Holland aan de prins te schrijven over de bewaring van de stadssleutels van Geertruidenberg, door de sergeant-majoor Laurens Plouch of door Duvenvoorde [Brieven Willem van Oranje nr. 11540].


      21-6-1584: Akte van machtiging door Laurens Plouch, superintendent te Geertruidenberg, van zijn vrouw Geertruijt van Santvoirt en jonker Gommaer La Rue, om met zijn schoonzuster Elizabeth van Santvoirt, de zaken met betrekking tot de nalatenschap van zijn schoonouders Ghijsbrecht van Santvoirt en Elizabeth Heeren te behartigen en een akte van deling voor wethouders van Antwerpen te laten passeren [Rechterlijk archief Geertruidenberg, inv. nr. 12, R. 12, fol. 12v].


      8-2-1586: Akte waarbij leden van de magistraat van Geertruidenberg Laurens Plouch, superintendent te Geertruidenberg, hebben ontboden en hem aangezegd dat twee jonge gesellen uit Made, met name Jaspaer Andriess. en Huijbrecht Geritss, gevangen zitten in banden van ijser ten huize van de provoost en zich afvragen wat hij met hen zal gaan doen ⬦dat dezelve Recht begeerden (de twee jongelieden), zij borgers zyn zoo wel als d Ingesetenen dezer stede, waerop de voirss superintendent antwoorden, Sy zyn daer wel Ick wilse daer laten oft Ick wilse naden hage seynden, waerop den officier antwoorden, Inden hage begeeren zy wel te zyn met haer partye repliceerde den voirn superintendent Ick wilze laten blyfven daer zij sijn, zy zyn dadaer wel bewaert, waerop een vande magistraet den selven superintendent vraechde oft hij daer dan zyn werck van maecten ende oft hy hem dezelve gevangenen aentrock, alzoo zy borgers zyn, ende de zaecke den officier deser stadt aenging ende dat hy hem sulcx soude vermyden te doen oft den officier ende magistraet wisten wat zy te doen hadden waerop de superintendent seyde Jae ende is alzoo tusschen zyn tanden murmurerende wech gegaen sonder ennige antwoorde meer te geven [RA Geertruidenberg, inv.nr.13, 1586-1589, fol.2r].


      23-2-1588: Akte van transport door Thomas Damass. te 's Gravenmoer aan Henrick Anthoniss. te Geertruidenberg, van een assignatie van Laurens Plouth, superintendent te Geertruidenberg, zijnde 230 tonnen turf, belast vanwege de heer Van Hohenloe op de borgmeesters en regeerders van 's Gravenmoer, Capelle, Raamsdonk en Waspik [RA Geertruidenberg, inv.nr.13, 1586-1589].


      2-2-1590: Als bevelhebber van een der forten is bekend Laurens Ploegh [Resol. van Holland; Bijblad Navorscher 1854, p.7].



      1592-1594: In de jaren 1592 tot 1594 hebben er plannen bestaan om de landsheerlijkheid van Groningen op te dragen aan de hertog van Brunswijk. De Spanjaarden waren in het noorden teruggedrongen, maar vanwege een Spaansgezinde magistraat van Grononingen liepen pogingen van Staatse zijde om de stad op vreedzame wijze te winnen op niets uit. Daardoor leek een derde mogelijkheid perspectief te bieden, namelijk een neutralisering van de stad onder een Duits vorst. Spanje zou verlost zijn van de kosten voor de verdediging van een stad die een verre buitenpost was geworden en Holland van de kosten van een verovering. Laurens Plouch heeft een rol gespeeld bij deze heimelijke plannen, waar vooral de graaf van Hohenlohe en Oldenbarnevelt achter zaten. Dit blijkt o.a. uit een gecodeerde brief die het stadsbestuur aan zijn gezanten te Brussel had gezonden, maar die in handen was gekomen van de Staten-Generaal en ontcijferd werd. Hierin stond dat Jan ten Buer de magistraat van Groningen vertrouwelijk had gerapporteerd dat hij in Niezijl toevallig Laurens Ploech ontmoette, die opdracht had van doctor Barnevelt, de raadpensionaris van Holland en Zeeland, en de Staten-Generaal, evenwel zonder medeweten van de afgevaardigden van XVI (Friesland?) om contact te zoeken met hem en Machiel (onbekend) en hun mee te delen, dat men eindelijk besloten had Groningen met geweld aan te pakken als de stad niet binnen drie dagen een vriendschappelijk verdrag zou sluiten. [W. J. Formsma (1975), De aanbieding van de landsheerlijkheid over Groningen aan de hertog van Brunswijk in de jaren 1592-1594, BMGN, pp. 1-14; zie ook: Mededeeling van eene ontmoeting tusschen Jan ten Buerenston en eenen edelman, genaamd Laurens Plouch, over het voornemen om Groningen tot de generale staten terug te brengen in Groninger Archieven; Register Feith nr. 735; deze mededeeling is gedeeltelijk in cijfers; in afschrift bl. 53, deel 62; 1594].


      1593: De overste Duvenvoorde wordt uit naam van de jonge 'Graeff Hendrick van Nassau' als gouverneur van Geertruidenberg aangesteld, 'beneffens soe werde dit onder de hant also doorsteecken om den Grave van Hohenloe ende Laurens Plouch, die t'anderen tijden de stadt qualijcken geregeert hadden met eenige apparente schijn daervuyt te houden ende dat sij geen reden van miscontentement en souden hebben [⬦] oick omdat men sach wat moeyte den Graeff van Hoheloe maeckte om metter tijt tgesach binnen Bredae te krijgen, daeromme met te meer vreesde hem ofte yemant vande sijnen in de goederen van Nassau eenige gouvernementen ofte bevelen te geven' [Anthonis Duyck, Journaal 1591-1602, p.245].


      20-7-1594: Juffrou Plouch wordt begraven in de Oude kerk van Delft.



      19-5-1596: Laurens Ploech, weduwnaar, afkomstig uit het land van Hulst, wonend op Oude Delff achter de brouwerie van 't Ruweel ondertrouwt te Delft met Margarieta Rochusdr Grijp, weduwe van Arent Brouwer, wonend te Dordrecht. Met attestatie op Dordrecht.


      22-9-1597: Een kind van Lourens Plooch wordt begraven in de Oude kerk van Delft; op 5-10-1598 nog één.



      10-3-1603: Philips Grave van Hohenlohe vrijheer tot Langenberch Baron van Liesvelt Lieutenant grael. over Hollant, Zeelandt Westfrieslandt Etc Sijne Gen: Authoriseert ende committeert mitsdesen Sijne lieve getrouwe,Louwerens Plough, Drossart tot Ste Martensdijck ende Pieter vuijt Mattemburch, hen te vervoegen tegens den 17 en deser maendt Martij, goets tijts voorden middagh binnen Zierickzee, omme aldaer te aen hooren die Reckeninge die Reeckeningen die bij den Dickgrave ende Gesworens van Orisande sal worden gedaen, ende daerop te doen ende te helpen resolveeren,soo sij ten meesten dienste ende prouffijt aen sijne Gen: sullen vinden te behooren. Actum Delfft den 10 en Martij 1603 Stilo novo Philips Ghraeff van Hohenloo.


      1623: Laurens Plouch wordt aangeslagen voor £ 5 [1000e penning St. Maartensdijk 1623]. (Bron: Kwartierstaat van Foort Wabeke, door Klaasjan Visscher, mei 2008), ovl. te St. Maartensdijk op 26 mrt 1625, otr. (2) te Delft op 19 mei 1596, kerk.huw. te Poortugaal op 26 mei 1596 met Margarieta Rochusdr Grijp, ovl. voor 8 jan 1604, relatie(1) met Geertruydt van Santfoort.


      Laurens Plouch, sergeant-majoor in 1581, gouverneur te Geertruidenberg van 1581 tot 1588,


      bevelhebber van een der forten in 1590, baljuw en drost te St. Maartensdijk tussen 1599 en 1603,



      gedeputeerde ter Staten-Generaal voor graaf Philips van Hohenlohe in 1600, overleden te



      St. Maartensdijk op 26 maart 1625, ondertrouwt (2) te Delft op 19 mei 1596 met Margarieta



      Rochusdr Grijp, trouwt (1) met



      1591. Geertruydt van Santfoort, dr. van Ghijsbrecht van Santfoort en Elisabeth Heeren



       



      Het wapen Ploegh, als manswapen in de kerk te Sint Maartensdijk: 3 zwarte ploegen op een gouden veld; cimier:


      zilveren ooievaar met rode bek en poten [Wapenborden en Wapens op Tombes, Monumenten en Grafgesteenten in de



      kerken van de voormalige Provincie Zeeland tot in 1798 aanwezig geweest', deel III, nr. 2, door P.J. Rethaan



      Macare; Oude Kerk Maartensdijk N 288 2e deel].



      1572: In de rekeningen van de tresorier van de geuzenadmiraal Lumey, opgetekend voor een tocht van Delft naar



      Amsterdam, komt een zekere Plouch voor. Op 29-7-1572 staat er 'dÔeboursÔe áa Plouch, establier de monsieur, 30-2



      [florijnen en stuivers]'. Op 16-8-1572 'livrÔe 44 daldres áa 30 ptr. [= stuivers] áes mains de Plouch, l'escuier de



      monsieur, au village de Ouderkerck, lequel argent il ha payÔe pour un jeune cheval bigarÔe, 66 [fl]'. Op 20-8-1572



      'donnÔe áa Plough, l'escuier de monsieur, 25 daldres áa 32 ptr. et 4 Philipus daldres au devandict faubourg, 47 [fl]'. Op



      29-8-1572 'donnÔe a Plough en la ville de Haerlem p(ar) nouveau comple 20 daldres áa 32 ptr, 32 [fl]'. Wellicht is deze



      Plouch, de stalmeester van Lumey, dezelfde als Laurens Plouch [J. Smit (1925). De tocht van Lumey naar



      Amsterdam, in 1572. Bijdragen en Mededelingen van het Historisch Genootschap, p.90 e.v.].



      6-10-1581: Besluit van de Staten van Holland aan de prins te schrijven over de bewaring van de stadssleutels van



      Geertruidenberg, door de sergeant-majoor Laurens Plouch of door Duvenvoorde [Brieven Willem van Oranje nr.



      11540].



      21-6-1584: Akte van machtiging door Laurens Plouch, superintendent te Geertruidenberg, van zijn vrouw



      Geertruijt van Santvoirt en jonker Gommaer La Rue, om met zijn schoonzuster Elizabeth van Santvoirt, de zaken



      met betrekking tot de nalatenschap van zijn schoonouders Ghijsbrecht van Santvoirt en Elizabeth Heeren te



      behartigen en een akte van deling voor wethouders van Antwerpen te laten passeren [Rechterlijk archief



      Geertruidenberg, inv. nr. 12, R. 12, fol. 12v].



      2-2-1590: Als bevelhebber van een der forten is bekend Laurens Ploegh [Resol. van Holland; Bijblad Navorscher



      1854, p.7].



      1592-1594: In de jaren 1592 tot 1594 hebben er plannen bestaan om de landsheerlijkheid van Groningen op te



      dragen aan de hertog van Brunswijk. De Spanjaarden waren in het noorden teruggedrongen, maar vanwege een



      Spaansgezinde magistraat van Groningen liepen pogingen van Staatse zijde om de stad op vreedzame wijze te



      winnen op niets uit. Daardoor leek een derde mogelijkheid perspectief te bieden, namelijk een neutralisering van de



      stad onder een Duits vorst. Spanje zou verlost zijn van de kosten voor de verdediging van een stad die een verre



      buitenpost was geworden en Holland van de kosten van een verovering. Laurens Plouch heeft een rol gespeeld bij


      deze heimelijke plannen, waar vooral de graaf van Hohenlohe en Oldenbarnevelt achter zaten. Dit blijkt o.a. uit een



      gecodeerde brief die het stadsbestuur aan zijn gezanten te Brussel had gezonden, maar die in handen was gekomen



      van de Staten-Generaal en ontcijferd werd. Hierin stond dat Jan ten Buer de magistraat van Groningen



      vertrouwelijk had gerapporteerd dat hij in Niezijl toevallig Laurens Ploech ontmoette, die opdracht had van doctor



      Barnevelt, de raadpensionaris van Holland en Zeeland, en de Staten-Generaal, evenwel zonder medeweten van de



      afgevaardigden van XVI (Friesland?) om contact te zoeken met hem en Machiel (onbekend) en hun mee te delen, dat



      men eindelijk besloten had Groningen met geweld aan te pakken als de stad niet binnen drie dagen een



      vriendschappelijk verdrag zou sluiten. [W. J. Formsma (1975), De aanbieding van de landsheerlijkheid over



      Groningen aan de hertog van Brunswijk in de jaren 1592-1594, BMGN, pp. 1-14; zie ook: Mededeeling van eene



      ontmoeting tusschen Jan ten Buerenston en eenen edelman, genaamd Laurens Plouch, over het voornemen om Groningen tot de generale staten terug te brengen in Groninger Archieven; Register Feith nr. 735; deze mededeeling


      is gedeeltelijk in cijfers; in afschrift bl. 53, deel 62; 1594].



      1593: De overste Duvenvoorde wordt uit naam van de jonge 'Graeff Hendrick van Nassau' als gouverneur van



      Geertruidenberg aangesteld, 'beneffens soe werde dit onder de hant also doorsteecken om den Grave van Hohenloe



      ende Laurens Plouch, die t'anderen tijden de stadt qualijcken geregeert hadden met eenige apparente schijn daervuyt



      te houden ende dat sij geen reden van miscontentement en souden hebben [à] oick omdat men sach wat moeyte den



      Graeff van Hoheloe maeckte om metter tijt tgesach binnen Bredae te krijgen, daeromme met te meer vreesde hem ofte



      yemant vande sijnen in de goederen van Nassau eenige gouvernementen ofte bevelen te geven' [Anthonis Duyck,



      Journaal 1591-1602, p.245].



      20-7-1594: Juffrou Plouch wordt begraven in de Oude kerk van Delft.



      19-5-1596: Laurens Ploech, weduwnaar, afkomstig uit het land van Hulst, wonend op Oude Delff achter de



      brouwerie van 't Ruweel ondertrouwt te Delft met Margarieta Rochusdr Grijp, weduwe van Arent Brouwer,



      wonend te Dordrecht. Met attestatie op Dordrecht.



      22-9-1597: Een kind van Lourens Plooch wordt begraven in de Oude kerk van Delft; op 5-10-1598 nog ÔeÔen.



      10-3-1603: Philips Grave van Hohenlohe vrijheer tot Langenberch Baron van Liesvelt Lieutenant grael. over



      Hollant, Zeelandt Westfrieslandt Etc Sijne Gen: Authoriseert ende committeert mitsdesen Sijne lieve



      getrouwe,Louwerens Plough, Drossart tot Ste Martensdijck ende Pieter vuijt Mattemburch, hen te vervoegen tegens



      den 17 en d,eser maendt Martij, goets tijts voorden middagh binnen Zierickzee, omme aldaer te aen hooren die



      Reckeninge die Reeckeningen die bij den Dickgrave ende Gesworens van Orisande sal worden gedaen, ende daerop te



      doen ende te helpen resolveeren,soo sij ten meesten dienste ende prouffijt aen sijne Gen: sullen vinden te behooren.



      Actum Delfft den 10 en Martij 1603 Stilo novo Philips Ghraeff van Hohenloo.



      1623: Laurens Plouch wordt aangeslagen voor ¹ 5 [1000e penning St. Maartensdijk 1623]. met:



      Geertruydt Ghijsbrechtsd van Santfoort, dochter van Ghijsbrecht van Santfoort en Elisabeth Jansd Heeren